Naar aanleiding van het artikel over natuurlijke cosmetica van Jetske Ultee, ontvingen wij het volgende bericht van medisch antropoloog en aromatherapeut drs. Harmen Rijpkema van Chi International: In februari 2007 is in de New England Journal of Medicine een onderzoek van de onderzoekers Henley, Bloch en Korach gepubliceerd over tea tree-olie (en lavendelolie). De onderzoekers beweren dat het gebruik van tea tree-olie (en lavendelolie) bij zou kunnen dragen aan een verstoring van de hormoonhuishouding. Deze conclusie werd gebaseerd op een onderzoek van drie jongens waarbij gynecomastie (borstgroei) werd geconstateerd. De gynecomastie werd hierbij gerelateerd aan het gebruik van huidverzorgingsproducten waar tea tree in verwerkt was: één jongen (vier jaar) gebruikte een kruidenlotion met lavendel, één jongen (zeven jaar) gebruikte een zeep met lavendel en één jongen (tien jaar) gebruikte een shampoo en een haargel met tea tree en lavendel. Toen met de producten gestopt werd, verdween volgens de onderzoeker ook de borstgroei. Bij een analyse van de haargel en de shampoo (het enige product waar tea tree-olie in voorkwam) bleek er sprake te zijn van een zeer minieme hoeveelheid tea tree in de shampoo en in de haargel was de tea tree nauwelijks te ontdekken. Shampoo is daarbij ook nog eens een product dat zeer kort contact heeft met haar en huid en waardoor er nauwelijks tijd is om stoffen zoals tea tree aan het lichaam af te geven. Bij het onderzoek was maar één jongen die een product gebruikte met tea tree. In een goed uitgevoerd, gepast en ethisch onderzoek zou men een representatief deel van de miljoenen gebruikers van tea tree-olie erbij moeten betrekken. Er is in al die tientallen jaren dat tea tree-olie wordt gebruikt, nog nooit een rapport verschenen die een verband legt tussen tree tree-olie en borstgroei bij jongens. Alle drie de jongens uit het onderzoek leven in Denver (Verenigde Staten). Omgevingsfactoren en factoren die met de gezondheid in dit gebied te maken hebben, zijn niet bij het onderzoek betrokken. Gebruik van pesticiden, PCB’s en dioxine kan ook meespelen bij een afwijkende hormoonhuishouding. De onderzoekers zelf rapporteren ook dat er meer bestanddelen in deze producten zaten dan alleen tea tree en lavendel die mogelijk zouden kunnen leiden tot een afwijking in de hormoonhuishouding. Zelfs de verpakking zou tot een afwijking kunnen leiden, omdat verpakkingen soms flataten bevatten die invloed hebben op de hormoonhuishouding. Tot slot gaf het hormoononderzoek slechts bij één jongen afwijkende resultaten. Deze jongen had een afwijkend testosteronniveau en dus geen oestrogeenafwijking. Dit onderzoek leidde de onderzoekers naar een volgend onderzoek. Bij onderzoek naar menselijke cellen werd bij tea tree (en lavendel) een licht oestrogene activiteit gezien en een blokkade van het androgene hormoon. Maar er zijn duizenden producten die eenzelfde werking hebben als men deze toevoegt aan een celcultuur. Voorbeelden van stoffen met eenzelfde werking als tea tree in eenzelfde test zijn onder andere voedingsmiddelen met soja, hop, bonen, rode klaver, linzen, lijnzaad, zonnebloempitten, alfalfa, zoethout, ginseng, amandelen en pinda’s. Deze producten worden dagelijks door miljoenen mensen gebruikt. Daarnaast zegt een effect in een laboratorium helemaal niks over eenzelfde effect bij gebruik door de mens. De conclusie van dit alles is dat er niets is wat wijst op een verband tussen borstgroei (en invloed op de hormoonhuishouding in het algemeen) en het gebruik van tea tree. Producten met tea tree zijn over het algemeen veilig te noemen en hebben geen invloed op de hormoonhuishouding.
